MANtotMAN
 
 

Mancyclopedie

Man tot Man Home > Mancyclopedie > Leven met hiv > Behandeling van hiv > Bijwerkingen en interacties
 

Bijwerkingen en interacties

 

Als je in de bijsluiters leest wat de bijwerkingen van hiv-remmers kunnen zijn, dan zinkt de moed je bijna in de schoenen. Gelukkig krijgt vrijwel niemand last van alle bijwerkingen die staan beschreven. Toch kan het gebeuren dat de bijwerkingen zo vervelend zijn dat je naar andere combinaties moet zoeken of dat je aparte medicijnen tegen de bijwerkingen nodig hebt.

Bijwerkingen
Sommige mannen met hiv kunnen bepaalde hiv-remmers niet verdragen. Als je begint met de combinatietherapie, is het daarom belangrijk dat je in de gaten houdt welke bijwerkingen optreden. In het begin moet je ook wat vaker naar de poli voor onderzoek: eerst na een maand, daarna na twee maanden en vervolgens elke drie maanden. Heb je last van ernstige bijwerkingen, dan zul je vaker moeten langskomen. Vaak is het zo dat de bijwerkingen verdwijnen of minder ernstig worden naarmate je langer de combinatietherapie gebruikt. Houd je er echter last van, meld dat dan aan je arts.

Veel voorkomende bijwerkingen:

  • Maag- en darmklachten, zoals misselijkheid, braken en/of diarree.
  • Sommige hiv-remmers kunnen de nieren en/of de lever beschadigen, waardoor je je bijvoorbeeld steeds zeer vermoeid voelt. Om dat te voorkomen, controleren artsen met een bloedprik het functioneren van lever en nieren. Als die te veel beschadigd zijn, kan dat reden zijn om de medicijnen te veranderen.
  • Door de combinatietherapie kun je minder zin in seks hebben. Ook wordt het soms moeilijker een erectie te krijgen.
  • Lipodystrofie is een van de ernstigste bijwerkingen, al lijkt dit probleem dankzij nieuwe medicatie minder vaak voor te komen.


Lipodystrofie

Lipodystrofie is een stoornis in de vethuishouding van het lichaam. De belangrijkste kenmerken zijn: vetafzetting op de romp, voornamelijk rond de buik, tussen de schouderbladen of in de nek. Ook kan het vet onder de huid verdwijnen, wat het best te zien is op de armen, benen, billen en in het gezicht. Een kleine groep mensen krijgt vetbulten op andere plaatsen in het lichaam.

NRTI's
De kans op lipodystrofie is het grootst als je een combinatie gebruikt van NRTIÂÂ’s (nucleoside-analoge reverse-transcriptaseremmers) en proteaseremmers. Gebruik je slechts een van deze middelen, dan is de kans op lipodystrofie beduidend kleiner. Onderzoek heeft verder aangetoond dat de kans op deze bijwerking toeneemt, naarmate je langer de combinatietherapie gebruikt. Door de komst van nieuwe hiv-remmers lijkt het er echter op dat lipodystrofie minder vaak zal voorkomen.

Gewichtsveranderingen
Als je zichtbaar magerder of dikker wordt, dan is dat niet alleen in sociaal opzicht vervelend. In je bloed kan sprake zijn van een toename van vetten als cholesterol. Als het vet- en glucosegehalte van je bloed langere tijd te hoog is, loop je meer kans op hart- en vaatziekten. Je bloed wordt daarom bij elk bezoek aan de internist hierop gecontroleerd.

Maskeren van lipodystrofie
Je kunt niet veel doen aan lipodystrofie. Door van medicatie te wisselen gaat het niet weg, maar het verergert ook niet. Je kunt het wel enigszins maskeren met een vulmiddel op plaatsen waar het onderhuidse vet is verdwenen, met name in het gezicht. In Nederland worden hiervoor ten minste drie middelen toegepast: New Fill (polymelkzuur), Bio-Alcamid (polyalkylamide) en Aquamid (polyacrylamide). Deze middelen zijn in principe veilig, maar de behandeling is wel duur. Je komt al snel op meer dan 1000 euro uit, afhankelijk van de hoeveelheid die moet worden geïnjecteerd. Een groot probleem bij deze behandeling is wel dat ze lang niet door alle verzekeraars wordt vergoed. Op de website van de Hiv Vereniging Nederland staat meer informatie over lipodystrofie en de mogelijkheden voor behandeling.

Interacties
Tussen hiv-remmers en andere medicijnen kunnen wisselwerkingen (interacties) ontstaan. ZoÂÂ’n interactie kan invloed hebben op de werkzaamheid van de medicijnen en op de bijwerkingen. Als er sprake is van interactie, dan komt dat meestal doordat het ene middel de bloedspiegel van het andere middel verhoogt of juist verlaagt.

Er kunnen interacties bestaan tussen:

  • hiv-remmers onderling; 
  • hiv-remmers en andere medicijnen, waaronder medicijnen die je zonder recept kunt krijgen; 
  • hiv-remmers en alternatieve middelen; 
  • hiv-remmers en drugs, zoals XTC, speed, amfetamines, methadon en opiaten.


Ritonavir en XTC
Een voorbeeld van interactie is Ritonavir en XTC: Ritonavir versterkt het effect van XTC dusdanig, dat al enkele mensen zijn overleden aan een overdosis, terwijl ze slechts een gewone dosis XTC hadden gebruikt.  Veel hiv-remmers versterken de bijwerkingen van slaapmiddelen en middelen tegen angst.

Wat gebruik je nog meer? 
Om ongewenste interacties te voorkomen, is het verstandig om je arts en hiv-consulent te vertellen welke middelen en medicijnen je gebruikt naast de hiv-remmers. Vertel het ook als je XTC of andere drugs gebruikt of wilt gaan gebruiken. Zie je hier tegenop, realiseer je dan dat een arts geheimhoudingsplicht heeft.

Meer informatie
Kijk voor meer info over interacties tussen hiv-remmers en drugs op: http://www.partyandplay.nl/chemshiv.htm.

 
Wanneer beginnen?Therapietrouw
 

 


Man tot Man is een initiatief van: Schorer, GGD Amsterdam en GGD Rotterdam-Rijnmond en is mede mogelijk gemaakt door het Aids fonds.
Volg ons op: