Botten breekbaarder bij mensen met hiv
Hoe het komt is nog onduidelijk, maar dat hiv-patiënten vaker hun botten breken dan hun gezonde leeftijdsgenoten staat vast. Amerikaans onderzoek toont aan dat mensen met hiv meer kans hebben op botbreuken. Vooral de heup, ruggenwervel en pols worden kwetsbaarder. Wat het veroorzaakt is wel duidelijk: een gebrek aan botmineraal.
Minder botmineraal bij hiv
Dat mineraal zorgt voor de stevigheid van botten. Uit eerdere onderzoeken was al gebleken dat mensen met hiv minder botmineraal hebben. Osteoporose, de wetenschappelijke term voor deze aandoening, komt normaal gesproken vooral voor bij ouderen.
Het onderzoek vergeleek 8.525 hiv-patienten met 2 miljoen mensen zonder hiv. Uit hun dossiers bleek dat 2,87 procent van de mensen met hiv te maken had gehad met een breuk aan de wervel, heup of pols tegenover 1,77 procent van de mensen zonder hiv. Het verschil tussen de mannen met en zonder hiv was het grootst: 3,08 tegenover 1,83 procent.
Meer onderzoek naar oorzaken nodig
De onderzoekers noemen verschillende mogelijke oorzaken voor het gebrek aan botmineraal. Hiv zelf kan het veroorzaken, maar ook de antiretrovirale behandeling van het virus kan van invloed zijn. Een andere verklaring is het lage gewicht dat veel hiv-patiënten hebben.
Verder onderzoek naar de oorzaken is van groot belang volgens dokter Steven Grinspoon van het Massuchetts General Hospital in Boston, die het onderzoek leidde. Vooral omdat de botbreuken een groeiend probleem zijn vanwege de toenemende hiv-populatie.
Het onderzoek vind je hier.

